![]() |
![]() |
Consumenten
Biologische teelt is gebaseerd op een gezonde (voedings)bodem. De biologische fruitteler zorgt voor een goede voedingsbodem en gebruikt hiervoor groenbemesting en kompost. Deze vorm van bemesting zorgt voor veel organische stof. Dit zorgt weer voor een actief bodemleven van wormen, bacteriën en andere nuttige organismen. Dit is goed voor de bodemstructuur: niet te vast en niet te los. Een actief bodemleven zorgt bovendien voor humus. In de humus zitten voedingsstoffen die nodig zijn voor de ontwikkeling van de boom. Door 'mineralisatie' (natuurlijke omzetting) van de humus komen deze voedingsstoffen geleidelijk beschikbaar.
Biologisch geteelde appels hoeven niet geschild te worden. Dit is zelfs goed want het beste deel van de appel zit net onder de schil. Alleen even afspoelen is bij een biologisch geteelde appel meer dan voldoende. Biologisch betekent niet dat het product 'onbespoten' is, maar dat de fruitteler in het uiterste geval gebruik maakt van in de natuur voorkomende hulpstoffen.
In de fruitteelt - ook de gangbare – zijn er relatief veel ziekten en plagen. De biologische fruitteler probeert de populatie schadelijke insecten tot een acceptabel niveau te beperken. Maar omdat er geen gebruik gemaakt wordt van chemische bestrijdingsmiddelen zullen ziekten en plagen altijd voor uitval zorgen.
Biologische fruitteelt betekent in de praktijk:
1. Een gezonde (voedings) bodem (Geen enkel schadelijk residu wordt achtergelaten in de boven- en ondergrond.)
2. Geen chemische-synthetische gewasbeschermingsmiddelen
dus geen:
• herbiciden (doodspuiten van onkruid)
• grondontsmetting
• geen chemische dunningsmiddelen
wel:
• onkruid maaien, frezen of hakken
• vruchtdunning met de hand
• aanplanten van gemengde singels, inzaaien van bloemen en het aanbieden van schuilplaatsen voor vogels en natuurlijke vijanden om de populatie van schadelijke insecten op een aanvaardbaar niveau te houden
• bestrijden van de schimmelziekte 'schurft' met zwavel
• gebruik van biologische middelen zoals brandnetelgier
Biologische appels en peren worden rijper, en dus op een later tijdstip, geplukt dan gangbaar fruit. Daarom smaken ze beter, maar zijn ze ook minder lang houdbaar.